Gepost op

Het Rechte Spoor – 2022 | Vrijdag 4 februari

De vrouw zei tegen Hem: Mijnheer, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aangebeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden.
Johannes 4 vers 19 tot en met 21

Het was een Samaritaanse vrouw. Aan de Heere Jezus zag zij dat Hij een Jood was. Welke religie was nu de juiste? Was de berg van de Samaritanen de plek om God te dienen? Of was het de stad Jeruzalem van de Joden? Of is het Mekka van de moslims? Of Rome van de christenen? Of is het …?

De Heiland maakte de vrouw duidelijk dat het aanbidden van God niet meer gebonden is aan enige aardrijkskundige plaats op aarde. In het Oude Testament had God Jeruzalem daartoe uitgekozen. Maar de tijd was gekomen dat ieder mens God kan huldigen, waar hij zich ook bevindt.

Het gaat erom: het moet uit het hart komen. We hoeven niet eerst een ‘heilige plaats’ op te zoeken of een kerkgebouw binnen te lopen. Nee, waar we zijn, kunnen we op onze knieën gaan, Christus aannemen en God huldigen!

 

Het dagboek bestellen?