Zondag 1 maart
Heere, waarom verstoot U mijn ziel? Waarom verbergt U Uw aangezicht voor mij?
Psalm 88 vers 15
Van al het lijden dat over de Heere Jezus kwam, is het door God verlaten zijn in de uren van duisternis aan het kruis verreweg het vreselijkste geweest.
Al het andere lijden kwam van de kant van de mensen, onder de aanvoering van de satan en zijn demonen. De oorzaak was de rechtvaardigheid van de Heiland. Zondaars kunnen die niet verdragen. Daarom probeerden ze Hem op alle mogelijke manieren dwars te zitten, ja, uit de weg te ruimen.
In de drie uren van duisternis kwam het lijden van de zijde van God. De oorzaak was de zonde. Nee, niet Zíjn zonde, want Hij is de Zondeloze. Het waren onze zonden die Hij op Zich nam. Hij werd voor ons tot zonde gemaakt. En God is heilig. Hij kan niet met zonde in verbinding staan. Daarom wendde Hij Zich van Zijn eigen Zoon af.
We horen de Heere Jezus met oneindige droefheid in Zijn stem vragen: ‘Waarom verstoot U Mij? Waarom keert U Zich van Mij af?’
Hij wist het antwoord. Het was in die zin niet een werkelijke vraag, maar een uiting van diepe smart!