Zondag 19 april
Toen zij Hem zagen, stonden zij versteld, en Zijn moeder zei tegen Hem: Kind, waarom hebt U ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?
Lukas 2 vers 48 en 49
De Heere Jezus was twaalf. Met Jozef en Maria vierde Hij het paschafeest in Jeruzalem. Zijn moeder en Jozef reisden terug, Hijzelf bleef in de tempel. Na drie dagen zoeken vonden ze Hem. Hadden ze niet kunnen weten waar Hij was? In de wedervraag van de Heere Jezus ligt dat zachte verwijt opgesloten. “Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?”
Wat een treffende woorden, en dat uit de mond van een 12-jarige! Ja, van jongs af leefde Hij voor de Vader en in de dingen van Zijn Vader.
Voor God de Vader leven, is één ding. Maar de Heere Jezus wilde ook voor Hem sterven. Nóg verder kon Zijn liefde tot Hem niet gaan. Nóg meer kon Hij niet geven.
Wat moet de Vader verblijd zijn geweest toen Hij die wens bij Zijn Zoon zag!