Maandag 23 maart
In de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.
Romeinen 8 vers 24 en 25
Een dame was gestorven. Ze was 86 jaar geworden. Haar kinderen zetten in haar rouwadvertentie:
Wij hadden haar graag veel langer bij ons gehouden, maar ineens was alle hoop voorbij ...
Met ‘hoop’ bedoelen we normaal gesproken een verlangen, maar dat is gekoppeld aan onzekerheid. We hopen op iets, maar of het gebeurt, weten we niet.
In de Bijbel is dat veel mooier. Díe hoop is volkomen zeker. Het is de vaste verwachting van wat we nu nog niet zien, maar wat gegarandeerd komen zal.
Door het geloof in de Heere Jezus zijn we zalig geworden. We zijn behouden. God heeft ons een plaats in de hemel beloofd. Daar mogen we als Zijn kinderen in de eeuwigheid wonen.
We zien dat nog niet, tenminste, niet met onze ogen. Maar door het geloof zijn we ervan overtuigd. We zien ernaar uit. Dát is onze hoop. Die wórdt vervuld!