Vrijdag 8 mei
Toen spande een man in zijn onschuld de boog en trof de koning van Israël tussen de verbindingsstukken en het harnas.
1 Koningen 22 vers 34
De goddeloze koning Achab werd door Gods profeet aangekondigd dat hij niet levend zou terugkomen van zijn oorlog tegen Syrië. Hij bedacht een plan om aan dat lot te ontkomen. Om door de vijanden niet herkend te worden, trok hij het uniform van een gewone soldaat aan. – Een man van het vijandelijke leger schoot in het wilde weg een pijl naar de Israëlieten. Die trof Achab precies tussen twee delen van zijn harnas. Het was een pijl uit Góds koker! Op de avond van die dag stierf hij.
Geen mens kan God ontvluchten. Als Hij de datum van het levenseinde heeft vastgesteld, is er geen ontkomen aan. Een virus of een bacterie is voor Hem voldoende om een mens te vellen.
Het is dan ook gewoon dom om te denken dat je God te slim af kunt zijn. Het is verstandig om je aan Hem over te geven. Als iemand eerlijk voor God toegeeft dat hij een zondaar is, wordt hij een wonderlijke ervaring rijker: God scheldt hem dan alle schuld kwijt. Dat kan Hij doen, omdat Zijn Zoon die schuld op Zich heeft genomen.