Vrijdag 29 mei
Toen kwamen zij bij Mara. Zij konden echter het water uit Mara niet drinken, want het was bitter. Daarom gaf men het de naam Mara.
Exodus 15 vers 23
Jubelend zongen de Israëlieten het lied van de verlossing, toen ze op het droge pad door de Rode Zee waren getrokken. Ze waren nu volkomen in veiligheid. – Drie dagen reisden ze door de woestijn. Nu bleek bij de eerste oase het water ondrinkbaar te zijn. Ze morden. De grote verlossing hadden ze net beleefd, maar ze vertrouwden er niet op dat God ook verder voor hen zou zorgen.
Herkennen we dat? Als Gods kinderen kennen we het werk van de Heere Jezus aan het kruis. We weten dat we door Zijn bloed volkomen zijn bevrijd. Eeuwige verlossing hebben we ontvangen. En hoe reageren wij als dingen in ons leven opkomen die bitter zijn? Zijn niet vaak kleinigheden al genoeg om ons ondankbaar te maken?
Wat valt dan te doen? Alleen het hout in het water werpen (vers 25)! De Heere Jezus is het groene hout, Hij is de volkomen Mens. Als we Hem ‘invoeren’, als we overdenken hoe Hij in alle omstandigheden op aarde was, verdwijnt de bitterheid en wordt alles zoet.