Uit 'Het Rechte Spoor'


Zondag 19 april

Toen zij Hem zagen, stonden zij versteld, en Zijn moeder zei tegen Hem: Kind, waarom hebt U ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?

Lukas 2 vers 48 en 49

 

De Heere Jezus was twaalf. Met Jozef en Maria vierde Hij het paschafeest in Jeruzalem. Zijn moeder en Jozef reisden terug, Hijzelf bleef in de tempel. Na drie dagen zoeken vonden ze Hem. Hadden ze niet kunnen weten waar Hij was? In de wedervraag van de Heere Jezus ligt dat zachte verwijt opgesloten. “Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?”

Wat een treffende woorden, en dat uit de mond van een 12-jarige! Ja, van jongs af leefde Hij voor de Vader en in de dingen van Zijn Vader.

Voor God de Vader leven, is één ding. Maar de Heere Jezus wilde ook voor Hem sterven. Nóg verder kon Zijn liefde tot Hem niet gaan. Nóg meer kon Hij niet geven.

Wat moet de Vader verblijd zijn geweest toen Hij die wens bij Zijn Zoon zag!




Lees meer »

Zaterdag 18 april

Zij drongen echter bij hem [= Elisa] aan, tot beschamens toe, en hij zei: Stuur hen dan maar. En zij stuurden vijftig mannen, die drie dagen zochten, maar hem [= Elia] niet vonden.

2 Koningen 2 vers 17

 

Een 70-jarige man uit Rosmalen had vandaag twee jaar geleden een afspraak in het centrum van Utrecht. Vanwege de parkeerkosten parkeerde hij zijn auto op 7 kilometer afstand van de binnenstad en ging op de fiets verder. Het kortetermijn- geheugen van de Brabander was niet meer zo best: de man kon zijn auto niet meer terugvinden. Dagenlang zocht de familie, maar zonder resultaat.

Toen de profeet Elia levend in de hemel was opgenomen, wilden velen per se naar zijn lichaam zoeken, maar ze vonden hem natuurlijk niet. – Op aarde kun je ook zoeken naar het lichaam van de Heere Jezus, maar Hij is opgestaan uit de doden en opgevaren naar de hemel. Daar is Hij nu bij God, verheerlijkt aan Zijn rechterhand.

Wie Hem vinden wil, moet omhoogkijken. Wie dat doet en in Hem gelooft, zál Hem vinden. Al z’n zonden worden hem vergeven en hij is een kind van God. Hij heeft hemelse schatten gevonden die voor eeuwig zijn eigendom zijn.




Lees meer »

Vrijdag 17 april

In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.

Psalm 4 vers 2

 

‘Hoe kan God van Wie jij zegt dat Hij liefde is, toekijken dat ik zo’n pijn lijd, zonder me te helpen en in te grijpen?’ Het was een verbitterde stem. Een jonge vrouw stelde de vraag. Ze was van haar paard gevallen en zwaargewond geraakt. In het ziekenhuis had ze een dokter horen zeggen dat het hopeloos was. Haar hele wezen kwam in opstand: ‘Ik haat God! Hoe kan Hij dit toelaten als Hij almachtig is? Hij is niet liefde’.

Haar vriend zat bij haar. Eerst zweeg hij. Toen vroeg hij: ‘Deed het erg zeer toen het gips werd aangelegd?’‘Verschrikkelijk!’ – ‘Was je vader er dan niet bij?’‘Ja, natuurlijk’ –. ‘Stond hij het de artsen dan toe je zo te kwellen? Hij had ze toch kunnen tegenhouden?’ – ‘Ja, maar dat was nodig om me te helpen’.

Hij zei voorzichtig: ‘Dus je vader keek toe toen de dokter je zo’n pijn deed. Hij stond dat toe, hoewel hij van je houdt. Of was dat misschien, omdat hij van je houdt?’

Ze begreep hem: ‘Wil je zeggen dat God dit ongeluk toeliet, omdat Hij mij liefheeft?’ – Hij knikte.




Lees meer »

Donderdag 16 april

Zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben.

Mattheüs 18 vers 34

 

In het Belgische Hasselt hield de politie een grote verkeerscontrole. Het leverde een vette buit op: onder andere een bedrag van 18.000 euro en zeven in beslag genomen auto’s. De klapper was een man die nog 6,2 miljoen euro aan boetes had openstaan. Hij was de klos: hij moest z’n hele schuld betalen.

Net zoals de heer in de dagtekst boos was en betaling verlangde, eist God genoegdoening voor onze zonden.

In dit deel van de wereld zijn martelingen bij wet verboden, maar de Schepper zal iedere zondaar in de eeuwige vuurzee werpen. Daar worden ze gekweld en gepijnigd. Harteloos? Nee, rechtvaardig!

Ieder mens weet er ook van; hij is gewaarschuwd. Nu ook u, door middel van dit stukje. En niet alleen waarschuwt God alle mensen, Hij wijst ook de oplossing aan. Zijn eigen Zoon liet Hij naar het kruis gaan om onze straf te dragen. Hij werd gepijnigd, in onze plaats. Wie nu in de Heere Jezus gelooft, wordt alle schuld kwijtgescholden.




Lees meer »

Woensdag 15 april

Bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan.

Lukas 16 vers 26

 

In 1824 werd het Noordhollands Kanaal in gebruik genomen. Met veertig meter breed en zes tot tien meter diep was het toen het breedste en diepste kanaal ter wereld. Zo werd de haven van Amsterdam via Den Helder beter bereikbaar. Tegelijk was het een barrière voor heel wat mensen: ze konden hun familie, school of werk veel moeilijker bereiken. Om het kanaal te kunnen oversteken, werden zestien vlotbruggen gebouwd.

Er is straks een onoverbrugbare kloof tussen hen die in de Heere Jezus hebben geloofd, en hen die Hem hebben afgewezen. Die kloof is er nu ook – en hij is breed en diep! –, maar nu kan die nog overbrugd worden.

Het is nog steeds mogelijk om naar God te gaan, voor Hem te buigen, je zonden te belijden en in de Heere Jezus te geloven. Dat bewerkt een enorme verandering. Een mens die ver van God verwijderd was, wordt als Zijn kind aan Zijn hart gebracht.




Lees meer »

Dinsdag 14 april

Een zekere man bereidde een grote maaltijd en nodigde er velen. En hij stuurde zijn slaaf eropuit tegen de tijd van de maaltijd om de genodigden te zeggen: Kom, want alle dingen zijn nu gereed.

Lukas 14 vers 16 en 17

 

Het getal pi is in de wiskunde een begrip. Het is een oneindig getal: 3,1415... enzovoorts. Voor sommigen is het een sport het zoveel mogelijk uit het hoofd te leren. De Chinees Chao Lu heeft het wereldrecord in handen. In ruim 24 uur lukte het hem om uit z’n hoofd 67.890 cijfers na de komma zonder fouten op te zeggen. Daarmee was hij nog lang niet klaar. Je bent er nóóit mee klaar, want het getal gaat oneindig door.

Zo is het ook met ons leven. Het sterven is niet een punt, maar slechts een komma. We hebben een onsterfelijke ziel. Die houdt nooit op te bestaan. We zijn er tot in alle eeuwigheid: bij God óf gescheiden van Hem.

Aan geen mens is gevraagd of hij in de wereld wilde komen. Maar aan ieder die in de wereld is, wordt wel gevraagd of hij de eeuwigheid bij God in de hemel wil doorbrengen. – Wat is daarop uw antwoord?




Lees meer »