Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Zondag 5 juli

Ik keek aan mijn rechterhand en zie, er was niemand die naar mij omzag; voor mij was de mogelijkheid tot ontvluchten verloren, niemand zorgde voor mijn ziel.
Psalm 142 vers 5

Tijdens Zijn rondreizen was de Heere Jezus vaak door veel mensen omringd. Velen wilden door Hem worden genezen, anderen kwamen om naar Hem te luisteren. Velen kwamen, omdat ze iets wilden beleven, of omdat de Heiland hun te eten gaf. Zijn discipelen waren bijna altijd bij Hem. Toch was Hij innerlijk eenzaam. Slechts enkelen begrepen dat Hij werkelijk de Zoon van God was. En Zijn volgelingen waren vaak meer bezig met zichzelf dan dat ze aan hun Meester dachten. Daarom drong het niet tot hen door als Hij hun vertelde dat Hij gekruisigd zou worden. Wat moet Hij Zich onbegrepen en eenzaam hebben gevoeld!

Het werd steeds erger. In de bovenzaal, die laatste avond vóór het kruis, maakten de discipelen onderling ruzie wie van hen de belangrijkste was. In de hof Gethsémané sliepen zij, in plaats van Hem terzijde te staan. Toen Hij gevangen werd genomen, vluchtten zij allen weg. Ze lieten Hem alleen. Niemand zorgde voor Zijn ziel! Maar op het kruis, daar werd Hij door God verlaten!

 

Het dagboek bestellen?