Gepost op

Het Rechte Spoor – 2022 | Donderdag 10 maart

De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen (…) De tollenaar (…) sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig.
Lukas 18 vers 11 en 13

Twee totaal verschillende mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een religieuze man. Hij leefde uiterst correct en hield alle godsdienstige voorschriften. Dat was voor hem reden genoeg om aan te nemen dat God met hem tevreden zou zijn. Hij was ervan overtuigd dat hij door zijn religieuze positie en inspanningen aangenomen zou worden.

De ander was een zondaar, een tollenaar. Die durfde niet eens op te kijken naar de hemel, maar sloeg zich op de borst en bad God hem genadig te zijn.

Wat was het verschil tussen hen? De religieuze man zag zichzelf zoals nogal wat mensen die braaf naar de kerk gaan. Ze geven toe dat ze niet volkomen zijn, maar geloven toch dat ze de hemel verdienen. Ze hebben immers ‘hun best gedaan!’

De tollenaar wist dat hij niets had om zich op te beroemen. Hij vond zich niet rechtvaardig, maar bad om genade. Déze man vond vrede met God! De ander bleef, tevreden als hij was met zichzelf, ver van Hem.

 

Het dagboek bestellen?