Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Zondag 28 juni

Als u de gave van God kende, en wist Wie Hij is Die tegen u zegt: Geef Mij te drinken, u zou het Hem hebben gevraagd.
Johannes 4 vers 10

De Heere Jezus was vermoeid van de reis. Hij, de Schepper van het heelal, trok te voet door het land. Hij zat bij de bron van Sichar en had dorst. Vanuit de rots had Hij stromen van water tevoorschijn laten komen. Het miljoenenvolk Israël en hun dieren hadden er hun dorst mee gelest, jaren achter elkaar. Maar de Heiland wenste Zijn macht niet te gebruiken voor Zijn eigen gemak en genot.

Het ging Hem om de ziel van de Samaritaanse vrouw die Hij er ontmoette. Om haar ging Hij deze weg. Hij zocht het gesprek met haar. Hij vroeg haar te drinken. De vrouw stond niet goed bekend. Haar huwelijksleven was verre van zoals God het wil. Mogelijk meden haar stadsgenoten haar. De Meester niet.

Zij herkende Hem eerst alleen maar als een Jood. Tijdens het gesprek begreep ze dat Hij een profeet moest zijn. Uiteindelijk drong tot haar door dat Hij de Christus was. Zij riep de inwoners van Sichar tot de Heere Jezus. Zij erkenden later dat Hij de Zaligmaker van de wereld was. Dat was het heerlijke gevolg van Zijn nederigheid!

 

Het dagboek bestellen?