Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Woensdag 25 maart

Het eerste van alle geboden is: Hoor, Israël! De Heere, onze God, de Heere is één. En u zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht. Dit is het eerste gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is dit: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Markus 12 vers 29 tot en met 31

Er bestaan op aarde heel wat belachelijke wetten. Het is soms een raadsel hoe die in het leven zijn geroepen. Een paar voorbeeldjes. In Californië mag je in bad geen sinaasappel eten. In New Jersey is het voor mannen verboden om tijdens het visseizoen te breien. En in South Dakota is het niet toegestaan om in een kaasfabriek in slaap te vallen.

Dan is Gods wet toch heel wat begrijpelijker. Maar, wie heeft die gehouden? Durft één mens echt te zeggen dat hij altijd met alles wat hij had en was, God heeft liefgehad?

Daarom moet God op grond van de wet alle mensen veroordelen. Wat is het mooi: op grond van het kruis van de Heere Jezus Christus biedt Hij nu al die mensen heil en behoudenis aan! Uit genade. We kunnen dat niet verdienen; anders zou het geen genade meer zijn. Voor die genade prijzen we God.

 

Het dagboek bestellen?