Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Vrijdag 17 april

U zult niet stelen.
Exodus 20 vers 15

Bij sommige van de tien geboden is God kort en bondig. Iedereen kan het begrijpen: wat van een ander is, mag je niet wegpakken.

Velen zullen zeggen: ‘Nou, van andermans spullen blijf ik wel af’. Maar Gods geboden zeggen meer dan op het eerste gezicht lijkt. Er werden ook andere dingen mee bedoeld dan alleen goederen. Ook voor werktijd die duur betaald moet worden, geldt het.

Hoe staat het met dingen die anderen hebben verloren of vergeten, die we op straat vinden? En de eer van onze medemens: hoe vaak hebben we die door lasterpraat geroofd, misschien zonder erbij na te denken? En het zakelijke verkeer? Soms vinden we het helemaal niet erg even ‘gebruik te maken’ van de onoplettendheid of onwetendheid van de ander.

Al deze dingen vallen onder Gods gebod: “U zult niet stelen”. Hij is overal en de Alziende. Hij noteert elk onrecht. Hem ontgaat niets.

Wat mag ieder toch blij en gelukkig zijn die zichzelf niet meer voor al zijn fouten en misstappen hoeft te verantwoorden voor God, omdat een Ander, de Heere Jezus, borg voor hem staat!

 

Het dagboek bestellen?