Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Donderdag 27 augustus

Is er iemand onder u die zijn zoon een steen zal geven, als hij om brood vraagt? Of als hij hem om een vis vraagt, zal hij hem een slang geven?
Mattheüs 7 vers 9 en 10

Gisteren twee jaar geleden liep een jongen door een winkelcentrum in Berlijn. Een onbekende man kwam op hem toe en drukte hem een jutezak in de handen. Direct daarna rende hij weg. De inhoud van de zak bewoog: er zaten twee pythons in. Agenten droegen die over aan kenners van een dierenopvang.

Wat bezielt zo’n man? Een vader die van zijn kinderen houdt, zal het niet in z’n hoofd halen zoiets te doen. De Heere Jezus houdt ons dat in de dagtekst voor. Hij doet dat om ons aan te sporen tot gebed. Als zelfs mensen hun kinderen het liefst goede dingen geven, zal onze hemelse Vader dat dan niet zeker doen?

Daarbij, omdat Hij de wijze God is, weet Hij ook precies wat voor ons goed is. Wij hebben wel vaak onze wensen, maar het is beslist niet altijd goed dat die allemaal in vervulling gaan. We zouden alleen maar verwend worden – en dat is niet goed.

Daarom mogen we in het gebed vrijmoedig alles tot onze Vader zeggen; en we laten het vol vertrouwen aan Hem over wat Hij daarmee doet!

 

Het dagboek bestellen?