Gepost op

Het Rechte Spoor – 2019 | Donderdag 15 augustus

Hij die het ene [talent] ontvangen had, ging weg en groef een gat in de aarde en verborg het geld van zijn heer.
Mattheüs 25 vers 18

Bij Vianen werd door een waterbedrijf gewerkt aan het nieuwbouwplan Hoef en Haag. In de Middeleeuwen lag daar de stad Hagestein. De twee werklui vonden er in de grond een pot van aardewerk. Die zat vol met munten: twaalf van goud en vijfhonderd van zilver. De schat behoort toe aan de beide vinders en aan de twee eigenaren van de grond waarin de pot lag. Het vermoeden bestaat dat de munten te maken hebben met de levendige handel in die tijd.

De man uit onze dagtekst stopte een talent goud in de grond, omdat hij lui was. Hij was niet van plan iets voor zijn meester te doen. We kunnen ons de teleurstelling van zijn heer voorstellen!

Hoe zal onze hemelse Meester ons leven beoordelen? Hij heeft ons die Hem toebehoren, allemaal talenten gegeven. Dat zijn gelukkig meestal geen dingen waar je de krant mee haalt, maar ze zijn in Gods ogen waardevol. Gebruiken we onze tijd en onze kracht voor Hem Die voor ons stierf? Is Hij het niet waard dat we ons volledig voor Hem inzetten? Het is toch heerlijk, zo te leven dat Hij blij met ons is?

 

Het dagboek bestellen?