Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Vrijdag 11 mei

Er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en ontbloot voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen.
Hebreeën 4 vers 13

In heel wat winkels hangen camera’s. Ze dienen ervoor om dieven af te schrikken. Alles wordt bewaakt en opgenomen. Elke beweging wordt vastgelegd. En als een dief wordt aangehouden, geldt de film als bewijs.

Ook als we over straat lopen, worden we in de gaten gehouden. Zelfs thuis worden we gadegeslagen. Het is het oog van onze Schepper en God.

Niets kan voor Hem verborgen zijn – geen enkele daad, niet één woord, zelfs geen gedachte –, want Hij is alomtegenwoordig. Is er niet veel wat we liever níet hadden gedaan of gezegd?

De dag van de beoordeling van ons leven breekt gegarandeerd aan. We moeten rekenschap afleggen voor de Alwetende. Hem kunnen we niet bedriegen.

Als we dat bedenken, is er slechts één goede raad: Ga nú naar God, erken uw schuld en geloof dat Zijn Zoon Jezus Christus ook voor uw zonden aan het kruis is gestorven! Dan worden we gerechtvaardigd en kunnen frank en vrij voor God verschijnen.

 

 

Het dagboek bestellen?