Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Dinsdag 8 mei

Toen ik zweeg, teerden mijn beenderen weg, onder mijn jammerklachten, de hele dag. Want dag en nacht drukte Uw hand zwaar op mij, mijn levensvocht veranderde in een zomerse droogte. Psalm 32 vers 3 en 4

David was koning in Jeruzalem. Hij had meerdere vrouwen, maar zondigde met zijn buurvrouw. Zijn eerste reactie was: een manier vinden om alles verborgen te houden. Hoe menselijk! David beging er zelfs een moord voor.

Voor God is niets verborgen. Zolang David zweeg, kwijnde hij weg. Zeker, het kan best zijn dat zijn omgeving niets opmerkte. Maar David was zā€™n contact met God kwijt. Vanbinnen verpieterde hij.

Overspel: het is een kwaad dat niet in het openbaar, maar in het geheim wordt bedreven. God haat het! Ja, de God Die liefde is, haat zulk kwaad. Hij zal het niet laten rusten.

Voor de buitenwacht kunnen mensen het lang verborgen houden. Misschien zelfs wel hun hele leven op aarde. Maar voor Gods troon komt het aan het licht.

Wat maakte David zichzelf ongelukkig door zijn zonde niet te belijden! Als we onze schuld ā€“ ook in andere dingen ā€“ open en eerlijk voor God toegeven, ontvangen we vergeving en worden we gelukkig!

 

Het dagboek bestellen?