Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Woensdag 22 juli

Het zal gebeuren, als iemand aan een van deze dingen schuldig is, dat hij dan moet belijden waarin hij gezondigd heeft.
Leviticus 5 vers 5

Twee jaar geleden ging een Chinees naar de dokter. Hij had al een paar dagen jeuk in zijn éne oor. De arts haalde er een gekko uit, een soort hagedis. Het beestje was langer dan 2 centimeter. Hoe nauw de gehoorgang ook is, het kostte de dokter heel wat moeite om het reptiel te pakken; zó schoot hen heen en weer.

Kleine zonden kunnen ook behoorlijk ‘jeuken’. Of branden. Ze zitten ons dwars. We vertellen onszelf dat het eigenlijk niets voorstelt, dat we ons niet zo moeten aanstellen, maar ondertussen laat het ons niet met rust. – Kijk, dat laat zien dat je geweten werkt. Dat is een kostbaar geschenk van God. Want het brengt ons ertoe om uit ons leven weg te doen wat niet goed is. Om schoon schip te maken.

Hoe kan dat? Op maar één manier: door onze zonden te belijden. Dat hebben we gedaan toen we tot inkeer kwamen en voor God op onze knieën gingen. Toen hebben we de Heere Jezus als Heiland leren kennen. Maar ook nu nog: als we fouten maken tegenover God en/of mensen, is het nodig dat uit te spreken. Zo alleen worden zaken werkelijk opgeruimd!

 

Het dagboek bestellen?