Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Donderdag 26 november

Alle dieren met gespleten hoeven, waarvan de hoef in tweeën gespleten is en die bovendien bij de dieren horen die herkauwen, die mag u eten.
Leviticus 11 vers 3

De Amerikaan John B. Curtis zag Indianen kauwen op stukjes hars van sparren. Ze deden dat om hun honger en dorst te stillen. Hij ging daarmee aan het werk en voegde er wat suiker en smaakstoffen aan toe. Zo maakte hij in 1848 de eerste kauwgom.

Het hars uit de bomen halen, is erg tijdrovend en daardoor duur. Daarom worden nu als vervangers andere soorten gom gemaakt. Wat suiker, smaak- en kleurstoffen en weekmakers erdoor en een glanslaagje eroverheen: daar kauwen ze op.

Voor de Israëlieten onder de wet gold: als dieren geen herkauwers waren, mochten ze niet gegeten worden. Herkauwen is iets goeds. Als we geestelijk voedsel hebben ontvangen door het zelf lezen in de Bijbel of door het luisteren naar Gods Woord, is het belangrijk om daar verder over na te denken.

Weet u een half uur na de maaltijd nog waarover het Bijbelgedeelte ging dat u na het eten hebt gelezen? Hoe meer we daarover nadenken, des te meer werkelijk voedsel ontvangen we voor onze zielen.

 

Het dagboek bestellen?