Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Donderdag 13 augustus

Slangen, adderengebroed, hoe zou u aan de veroordeling tot de hel ontkomen?
Mattheüs 23 vers 33

Door een stationsgebouw van het Duitse Düsseldorf liep een man. Hij trok de aandacht: om zijn hals hing een slang. ’t Was een wurgslang, een boa constrictor. Hij kon niet aantonen dat het dier van 1,80 meter van hem was. Daarom nam de politie hem in beslag. Een dierenpark ontfermde zich erover.

Slangen – heel wat mensen gruwen ervan, deinzen ervoor terug. De Heere Jezus noemde de godsdienstige leiders van de Joden slangen. Die huichelachtige schriftgeleerden en schijnheilige farizeeën sprak Hij aan met adderengebroed. Zo maakte Hij duidelijk dat ze bij de satan hoorden, bij de oude slang. Ja, de Heiland sprak hier niet zo vriendelijk en liefelijk. Hij hield hun voor dat ze niet aan de veroordeling tot de hel zouden ontkomen, als zij zich niet bekeerden.

Het is eigenlijk niet meer van onze tijd om dat zo ongezouten te zeggen, toch? De Meester heeft ons echter een voorbeeld nagelaten. Daarom zeggen we het u vandaag ook ongezouten: Als u zich niet bekeert, zult u niet ontkomen aan het vuur van de hel!

We waarschuwen u uit oprechte liefde!

 

Het dagboek bestellen?