Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Zondag 14 januari

Hij deed Zijn mond niet open. Als een lam werd Hij ter slachting geleid; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed Hij Zijn mond niet open.
Jesaja 53 vers 7

Jezus Christus was de beloofde Messias. Hij werd door Zijn volk Israël veracht en afgewezen. Ook werd Hij tijdens de verhoren gekweld en zwaar mishandeld.

Voor het Sanhedrin, de Hoge Raad van de joden, werd Hij in het gezicht geslagen en gespuwd. De Romeinse stadhouder Pilatus liet Hem geselen, hoewel hij van Zijn onschuld overtuigd was. Zijn soldaten behandelden de Heere Jezus wreed en ruw. Ze drukten Hem een kroon van lange dorens op het hoofd en sloegen erop met een zware rietstok.

Hoe reageerde de Heere Jezus? Hij liet dat allemaal zwijgend gebeuren! Hij verzette Zich niet. Hij schold Zijn kwelgeesten niet uit. Hij liet het toe, omdat Hij Gods wil wenste te vervullen. Godzelf had Hem immers de opdracht gegeven om naar het kruis te gaan!

De Heere Jezus had als Zoon van God de macht om in te grijpen. Hij kon al Zijn vijanden met één woord vernietigen, maar Hij boog en zweeg!