Zondag 14 juni
Noach bouwde een altaar voor de HEERE; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar. En de HEERE rook die aangename geur.
Genesis 8 vers 20 en 21
De zondvloed was over de aarde gekomen. Gods oordeel over de zonde had gewoed. Noach verliet de ark, met de zijnen. Allereerst bouwde hij op de gereinigde aarde een altaar. Hij offerde brandoffers. Die spraken van het éne Offer, van de Heere Jezus Christus op Golgotha.
Van het kruis steeg een liefelijke, een aangename geur omhoog tot God. Het was voor Hem een rustgevende reuk. Door de zonde, door de ongehoorzaamheid van de mens was Gods eer bezoedeld en geroofd. Omdat Hij heilig is, kan Hij in zo’n toestand niet berusten. Daarom kwam Zijn Zoon en werd Mens. Als Mens bracht Hij op Golgotha in orde wat wij bedorven hadden. Hij herstelde Gods eer.
Sinds het kruis kan niemand meer oprecht twijfelen aan Gods liefde en goedheid, daar Hij Zijn eniggeboren Zoon overgaf. Ook kan niemand in twijfel trekken dat Hij volkomen rechtvaardig en heilig is, omdat Hij zelfs het oordeel uitoefende toen het Zijn geliefde Zoon trof. Dát gaf God rust!