Zaterdag 13 juni
Welzalig is hij van wie de overtreding vergeven, van wie de zonde bedekt is. Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent (...) Mijn zonde maakte ik U bekend, mijn ongerechtigheid bedekte ik niet (...) En U vergaf mijn ongerechtigheid, mijn zonde.
Psalm 32 vers 1 tot en met 5
Op een grafsteen was geen ander opschrift te vinden dan het ene woord:
Vergeven.
Is dat niet de beste inscriptie die een grafsteen kan hebben? Wat betekenen in de dag van het oordeel uiteindelijk de naam van de overledene, zijn huidskleur, geslacht, leeftijd, opleiding, beroep en titels? Deze mens die daar begraven ligt, had vergeving ontvangen! Dát was het belangrijkste.
In dat ene woord ligt de hele geschiedenis van de overledene opgesloten. Hij was schuldig. Hij had gezondigd tegen God. Hij verdiende de eeuwige dood. Maar het woordje ‘Vergeven’ toont ook de bevrijding daarvan. God had hem vergeven! Wie nu zijn graf ziet, hoeft over hem geen zorg te hebben. Door het bloed van Christus werd hij gereinigd. Daarom kon hij zonder enige vrees de eeuwige toekomst tegemoet gaan.