Maandag 2 november
Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.
2 Korinthe 5 vers 17
In een dal bij Düsseldorf werd voor de eerste keer het skelet van een Neanderthaler gevonden. Inderdaad, in het Neandertal. De vallei is niet, zoals vaak het geval is, vernoemd naar de rivier die erdoor stroomt – want die heet de Düssel –, maar naar de Duitse predikant Joachim Neander. Diens vader had zijn naam laten vergrieksen. ‘Neander’ is de samentrekking van de woorden ‘neo’ (= nieuw) en ‘andras’ (= man). De familie heette eerst Neumann. Als de man z’n naam had laten vernederlandsen, was het Nieuwman geworden.
Wie in de Heere Jezus gelooft, is een nieuwe schepping. Niet alleen z’n naam wordt vernieuwd, maar hij wordt een ander mens. Natuurlijk is het nog steeds dezelfde persoon, maar hij is opnieuw geboren. Hij is uit God geboren. Hij is Zijn kind. Hij heeft dan ook de natuur van God.
Dezelfde persoon, maar toch een totaal ander mens! Dat bewerkt God in een mens. Hij is de Schepper, wij zijn Zijn maaksel. Elke keer als een mens tot God wordt bekeerd, is dat te zien.