Zondag 26 juli
Neem toch uw zoon, uw enige, die u liefhebt, Izak, ga naar het land Moria, en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen die Ik u noemen zal.
Genesis 22 vers 2
Wat was dat voor Abraham ontzettend moeilijk! Jarenlang hadden hij en Sara gewacht op een zoon. En nu gaf God hem de opdracht hun lieveling te offeren. Om hem op een altaar te leggen en daar te doden! – Zouden wij tot zo’n offer in staat zijn?
Van eeuwigheid af was de Heere Jezus bij God, in het Vaderhuis. Al Zijn vreugde en welbehagen vond de Vader in Hem. Hij was Zijn Oogappel.
Nooit zullen we kunnen doorgronden wat het voor de Vader geweest moet zijn om Zijn Zoon af te staan. Abraham kreeg de opdracht – en met een bloedend hart wilde hij gehoorzaam zijn. God had echter van niemand een opdracht gekregen. Wie zou Hem kunnen bevelen?
Nee, de gave van Zijn Zoon kwam voort uit Zijn eigen hart. Het was Zijn Goddelijke liefde die Hem daartoe bewoog. Niet alleen was het plan in Zijn hart, ook heeft Hij het uitgevoerd. Hij zond Zijn Zoon Zelf naar Golgotha, in die vreselijke dood!