Zondag 9 augustus
Ik echter, ik roep tot U, HEERE, mijn gebed komt U tegemoet in de morgen. HEERE, waarom verstoot U mijn ziel? Waarom verbergt U Uw aangezicht voor mij? (...) Uw brandende toorn gaat over mij heen, Uw verschrikkingen doen mij omkomen. De hele dag omringen ze mij als water, ze omsingelen mij, allemaal.
Psalm 88 vers 14 tot en met 18
De dichter van deze Psalm maakte een vergissing. Hij dacht dat God hem verstootte en Zich voor hem verborg. Dat voelde hij misschien wel zo, maar het klopte níet. Want God verlaat en verstoot niemand die tot Hem roept.
De Heilige Geest gebruikt echter deze woorden van de psalmist om op de gevoelens van de Heere Jezus te wijzen. En bij Hem klopte het wél!
Drie uren lang heeft de Heiland dit ervaren. Het was voor Hem de verschrikking van de hel. Hij werd door God verlaten. Hij zweeg. Tijdens die drie uren werd geen geluid gehoord. Hij leed gewillig en geduldig. Aan het einde ervan sprak Hij. ‘Waarom verbergt U Zich voor Mij? Waarom hebt U Mij verlaten? Waarom verstoot U Mijn ziel?’
Waarom? Ja, omdat Hij onze zonden droeg!