Zondag 3 mei
Raakt het u allen niet, voorbijgangers? Aanschouw en zie of er leed is als mijn leed, dat mij is aangedaan, waarmee de HEERE mij bedroefd heeft op de dag van Zijn brandende toorn.
Klaagliederen 1 vers 12
Wie heeft meer recht dan de Heere Jezus om deze woorden uit te spreken? – Aan het kruis hing Hij, beladen met onze zonden, ja, tot zonde gemaakt. Vierduizend jaar lang had God de zonde verdragen, wetend dat op Golgotha Zijn eer zou worden hersteld. Vooruitziend op het kruis, kon Hij wachten.
Toen de Heere Jezus echter aan het kruis hing en de zonde op Zich nam, ontbrandde Gods heilige toorn. Het leed van de Heere Jezus was Hem door God aangedaan. Godzelf moest Hem verlaten en Hem treffen met het zwaard van Zijn gerechtigheid.
Dat leed was met niets te vergelijken. Er is onvoorstelbaar veel pijn op aarde, maar niets komt ook maar in de buurt van wat de Heiland op Golgotha heeft meegemaakt. Hij was Zelf volmaakt, zonder enige zonde. Daarom had Hij onafgebroken de gemeenschap met God genoten. Maar in de uren van duisternis liet God Hem alleen. Geheel verlaten, in volslagen eenzaamheid leed Hij, onnoemelijk!