Woensdag 22 juli
Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze Zaligmaker, Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.
1 Timotheüs 2 vers 3 en 4
De man kwam thuis. Alles was overhoop gehaald. Er was ingebroken. De dief was verdwenen, maar niet spoorloos. Hij had tijdens de inbraak z’n mobieltje in de oplader gestoken. Toen hij vertrok, vergat hij hem mee te nemen. De politie kreeg de inbreker op een presenteerblaadje aangeboden.
Voor God is geen enkele misdadiger spoorloos. Want als de Alziende is Hij ooggetuige van elk misdrijf. Dat betekent: van elke zonde. Dus ook van die verkeerde gedachten die in ons opkomen!
Het menselijk recht verdeelt mensen in twee groepen: mensen die de wetten hebben overtreden en daarom schuldig zijn, en mensen die zich aan de wet houden. Het Goddelijk recht zegt dat alle mensen zondaars zijn. Of wíj het daar nu wel of niet mee eens zijn, is niet bepalend. Als de hoogste Rechter spreekt God het vonnis uit. Deze Rechter wil echter onze Zaligmaker, onze Heiland zijn. Dat is welgevallig in Zijn ogen. Daarom nodigt Hij ons allen uit ons te laten redden.