Zaterdag 28 maart
Eén ding heb ik van de Heere verlangd, dát zal ik zoeken: dat ik wonen mag in het huis van de Heere, al de dagen van mijn leven, om de lieflijkheid van de Heere te aanschouwen en te onderzoeken in Zijn tempel.
Psalm 27 vers 4
In Heerhugowaard staat in de wijk De Draai een klein appartementencomplex. Op een balkon daar, drie hoog, broedde een muskuseend in een plantenbak. Het jaar daarop had de bewoner een gaas over de plantenbak getrokken. Toen maakte de eend een nest in de bak van de buren. Je wilt toch graag je eigen plekje?
David begeerde een woonplaats in Gods tempel. Verlangen we ook naar een eeuwige woning in Gods hemel?
Op het moment dat we sterven, staat onze eeuwige bestemming vast. Omdat we niet weten wanneer we de aarde verlaten, is het van het allergrootste belang dat we nu zeker weten dat we inderdaad in de hemel aankomen. Het is veel te riskant om het er maar op aan te laten komen.
Het is heel eenvoudig: wie in de Heere Jezus gelooft, is zeker van z’n aankomst in de hemel bij God.