Uit 'Het Rechte Spoor'


Woensdag 22 april

Er is niemand rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één.

Romeinen 3 vers 10 tot en met 12

 

In Nederland hebben 12 miljoen mensen een rijbewijs. Daarvan krijgen er zo’n 31.000 elk jaar meer dan tien boetes in het verkeer, voor het grootste deel voor te snel rijden. Die groep blijft al jaren ongeveer even groot. Blijkbaar hebben ze het geld ervoor en zijn ze ook bereid het daarvoor uit te geven. Deze ‘veelplegers’ zijn wel heel veel vaker bij ongevallen betrokken.

Veelplegers – dat zijn we allemaal! God geeft in de Bijbel een beschrijving van de mens die voor ons niet vleiend is, maar wel waar. Iedereen heeft gezondigd, daarom heeft iedereen het oordeel verdiend.

Wat kunnen we dankbaar zijn: aan het kruis op Golgotha heeft de Heere Jezus Christus die straf gedragen voor elk die in Hem gelooft! Daardoor zijn al onze zonden weggedaan. Ook al struikelen we als kinderen van God nog steeds, voor hen die in Christus geloven, is geen veroordeling meer!




Lees meer »

Dinsdag 21 april

Toen bezwoer David hem nog eens en zei: (...) zo waar de HEERE leeft en jijzelf leeft, er is maar één stap tussen mij en de dood!

1 Samuël 20 vers 3

 

Sommige mensen lijken te denken: Mij kan niets gebeuren! – zó leven ze. Als ze erop worden gewezen dat er maar één stap zit tussen het leven en de dood, is vaak de reactie: ‘Ik ben niet in nood en ik heb ook geen redder nodig’.

Dat is kortzichtig! ’t Is struisvogelpolitiek. Er is echt maar één stap tussen het leven op aarde en de dood. Dat kan toch niemand ontkennen?! Hoevelen gingen niet ’s morgens opgewekt naar school of naar hun werk en kwamen niet meer levend thuis?

Voor David is zijn vriend Jonathan in de bres gaan staan; hij heeft hem zoveel mogelijk geholpen. Dit was voor David een grote troost.

Wij die allemaal aan veel grotere gevaren bloot- staan, kunnen tot een Redder bidden Die veel beter kan helpen dan eens Jonathan heeft gedaan.

De Heere Jezus Christus geeft niet een tijdelijke oplossing. Hij wil tussen ons en de dood in gaan staan en het eeuwige leven schenken aan iedereen die in Hem gelooft!




Lees meer »

Maandag 20 april

Help ons, o God van ons heil, omwille van de eer van Uw Naam; red ons en doe verzoening over onze zonden, omwille van Uw Naam.

Psalm 79 vers 9

 

De Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij draait volledig op giften en donaties. Zo schonk in 2024 een man z’n gehele erfenis aan de Zandvoortse afdeling. Die kocht er een nieuwe tractor van met een bootswagen. De maatschappij verstuurt geen rekeningen voor bewezen diensten.

Dat doet God ook niet!

Wie in nood is, kan tot Hem roepen. Eén schreeuw om hulp is voldoende – en Hij is er. Hij redt ons uit de ellende. Hij verlost ons van onze zonden. Zo zijn we veilig voor het oordeel van God dat als een dreigende onweerswolk boven ons hoofd hing.

De prijs van onze redding is immens hoog: de Heere Jezus moest daarvoor sterven aan het kruis. God stond Zijn enige Zoon af. Dat is een onuitsprekelijke gave!

Kunnen we Hem daarvoor betalen? Onmogelijk, totaal onmogelijk!

Wel wensen we ons nu met al onze kracht aan Hem toe te wijden, Hem te danken en te prijzen!




Lees meer »

Zondag 19 april

Toen zij Hem zagen, stonden zij versteld, en Zijn moeder zei tegen Hem: Kind, waarom hebt U ons dit aangedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. En Hij zei tegen hen: Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?

Lukas 2 vers 48 en 49

 

De Heere Jezus was twaalf. Met Jozef en Maria vierde Hij het paschafeest in Jeruzalem. Zijn moeder en Jozef reisden terug, Hijzelf bleef in de tempel. Na drie dagen zoeken vonden ze Hem. Hadden ze niet kunnen weten waar Hij was? In de wedervraag van de Heere Jezus ligt dat zachte verwijt opgesloten. “Waarom hebt u Mij gezocht? Wist u niet dat Ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader?”

Wat een treffende woorden, en dat uit de mond van een 12-jarige! Ja, van jongs af leefde Hij voor de Vader en in de dingen van Zijn Vader.

Voor God de Vader leven, is één ding. Maar de Heere Jezus wilde ook voor Hem sterven. Nóg verder kon Zijn liefde tot Hem niet gaan. Nóg meer kon Hij niet geven.

Wat moet de Vader verblijd zijn geweest toen Hij die wens bij Zijn Zoon zag!




Lees meer »

Zaterdag 18 april

Zij drongen echter bij hem [= Elisa] aan, tot beschamens toe, en hij zei: Stuur hen dan maar. En zij stuurden vijftig mannen, die drie dagen zochten, maar hem [= Elia] niet vonden.

2 Koningen 2 vers 17

 

Een 70-jarige man uit Rosmalen had vandaag twee jaar geleden een afspraak in het centrum van Utrecht. Vanwege de parkeerkosten parkeerde hij zijn auto op 7 kilometer afstand van de binnenstad en ging op de fiets verder. Het kortetermijn- geheugen van de Brabander was niet meer zo best: de man kon zijn auto niet meer terugvinden. Dagenlang zocht de familie, maar zonder resultaat.

Toen de profeet Elia levend in de hemel was opgenomen, wilden velen per se naar zijn lichaam zoeken, maar ze vonden hem natuurlijk niet. – Op aarde kun je ook zoeken naar het lichaam van de Heere Jezus, maar Hij is opgestaan uit de doden en opgevaren naar de hemel. Daar is Hij nu bij God, verheerlijkt aan Zijn rechterhand.

Wie Hem vinden wil, moet omhoogkijken. Wie dat doet en in Hem gelooft, zál Hem vinden. Al z’n zonden worden hem vergeven en hij is een kind van God. Hij heeft hemelse schatten gevonden die voor eeuwig zijn eigendom zijn.




Lees meer »

Vrijdag 17 april

In de benauwdheid hebt U ruimte voor mij gemaakt.

Psalm 4 vers 2

 

‘Hoe kan God van Wie jij zegt dat Hij liefde is, toekijken dat ik zo’n pijn lijd, zonder me te helpen en in te grijpen?’ Het was een verbitterde stem. Een jonge vrouw stelde de vraag. Ze was van haar paard gevallen en zwaargewond geraakt. In het ziekenhuis had ze een dokter horen zeggen dat het hopeloos was. Haar hele wezen kwam in opstand: ‘Ik haat God! Hoe kan Hij dit toelaten als Hij almachtig is? Hij is niet liefde’.

Haar vriend zat bij haar. Eerst zweeg hij. Toen vroeg hij: ‘Deed het erg zeer toen het gips werd aangelegd?’‘Verschrikkelijk!’ – ‘Was je vader er dan niet bij?’‘Ja, natuurlijk’ –. ‘Stond hij het de artsen dan toe je zo te kwellen? Hij had ze toch kunnen tegenhouden?’ – ‘Ja, maar dat was nodig om me te helpen’.

Hij zei voorzichtig: ‘Dus je vader keek toe toen de dokter je zo’n pijn deed. Hij stond dat toe, hoewel hij van je houdt. Of was dat misschien, omdat hij van je houdt?’

Ze begreep hem: ‘Wil je zeggen dat God dit ongeluk toeliet, omdat Hij mij liefheeft?’ – Hij knikte.




Lees meer »