Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Zaterdag 1 september

Was Ezau niet de broer van Jakob? spreekt de HEERE. Toch heb Ik Jakob liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.
Maleachi 1 vers 2 en 3

Een 22-jarige man uit Almere moest opkomen voor zijn rijexamen. De instructeur reed mee op de achterbank. Tijdens het examen twijfelde hij al. Na afloop meldde hij ’t bij de politie. Nader onderzoek leverde het bewijs: het was niet de man zelf, maar zijn tweelingbroer. Hij kreeg een beste boete.

Jakob en Ezau waren tweelingbroers. Elk was zelf verantwoordelijk voor zijn leven. Ze moesten beiden hun eigen keuzes maken. Eeuwen later maakte God bekend hoe Hij hen beoordeelde. Van Ezau had Hij een afkeer, want die leefde zonder Hem. Hij was een zondaar die zich niet voor zijn Schepper neerboog. Wat een verschil met Jakob! Hij was niet minder een zondaar dan Ezau, maar hij strekte zich naar de Heere uit. Hij verlangde ernaar door Hem gezegend te worden. Eerbiedig knielde hij voor Hem en erkende hij zijn schuld. Daarom kon God betuigen dat Hij Jakob had liefgehad.

Zijn liefde gaat nog steeds naar alle mensen uit, naar alle Ezau’s en Jakobs, maar alleen als we werkelijk voor Hem knielen, weten we het: God heeft mij lief tot in eeuwigheid!

 

Het dagboek bestellen?