Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Zondag 4 maart

Op het negende uur riep Jezus met luide stem: ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI, dat is vertaald: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Markus 15 vers 34

De vraag die de Heere Jezus aan het kruis aan God stelde, was uniek.

De vraag kwam niet voort uit onwetendheid. Het was niet zo dat Hij het antwoord erop niet kende. Hij wist immers al van tevoren alles wat over Hem komen zou. Hij wist ook dat God Hem zou gaan verlaten.

Zijn vraag was evenmin een verwijt aan God. Het was in de verste verte geen aanklacht. In alles aanvaardde Hij Gods wil, zonder verzet, zonder mopperen. Hij erkende dat het handelen van God te allen tijde rechtvaardig was.

Deze vraag van de Heere Jezus bracht veeleer tot uitdrukking hoe diep Zijn lijden was. Wat heeft het Hem onnoemelijk pijn gedaan dat Hij door God werd verlaten, juist in die vreselijke uren! Op Golgotha had Hij God nodiger dan ooit – en juist toen keerde God Hem de rug toe. Het was díe God Die Hij zo trouw had gediend en met Wie Hij had gewandeld.

Op Golgotha droeg Hij onze zonden: dáárom werd Hij door God verlaten.

 

Het dagboek bestellen?