Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Woensdag 9 december

Verlos mij, o God, want het water is tot aan de ziel gekomen (…) Ik ben gekomen in de waterdiepten en de vloed overspoelt mij.
Psalm 69 vers 2 en 3

Ten Boer is een plaatsje ten noordwesten van Groningen. Aan de Hendrik Westerstraat woont de familie Posthumus. Ze hadden een 70-jarige vriendin uit Californië op bezoek. Toen ze, vandaag precies twee jaar geleden, over het paadje door de tuin naar de auto liepen, verdween de dame ineens in een enorm gat, vier meter diep. Ze ging kopje-onder in het water dat in het zinkgat stond. De brandweer had haar er in één minuut uit.

Het lijden van de Heere Jezus aan het kruis wordt voorgesteld als een wegzinken in een diepe put vol water. Het is beeldspraak – en een veelzeggende beeldspraak! Als je kopje-onder gaat en weer bovenkomt, maar opnieuw wegzinkt en dreigt te verdrinken: dat brengt meestal doodsangst teweeg.

Voor de Heere Jezus dreigde niet alleen het oordeel van God, maar Hij moest het ondergaan. Hij had immers de zonden op Zich genomen van allen die in Hem zouden geloven en zich tot God zouden bekeren. Daarom kwamen de golven van het oordeel van de heilige God over Hem heen.

 

Het dagboek bestellen?