Gepost op

Het Rechte Spoor – 2020 | Vrijdag 7 februari

Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd. En ook de rijke man stierf en werd begraven.
Lukas 16 vers 22 en 23

De Heere Jezus vertelde de mensen eens het verhaal van deze beide mannen. De één was rijk, de ander arm en ziek. Deze laatste heette Lazarus; dat betekent: ‘God is mijn Helper’. Beiden stierven.

In het vervolg van het verhaal schuift de Heere Jezus het gordijn tussen het nu en het hiernamaals een beetje aan de kant. De luisteraars hoorden dat de beide mannen zich op twee totaal verschillende plaatsen bevonden. De rijke was in de plaats van de kwelling; Lazarus was in de directe nabijheid van Abraham, bij een feestmaaltijd.

De Heere Jezus wilde daardoor niet alleen maar hun nieuwsgierigheid bevredigen. Hij wilde hen en ons waarschuwen. Duidelijk is, dat in dít leven wordt bepaald waar we ná dit leven zijn.

Waarom noemt de Bijbel alleen de naam van Lazarus? En waarom blijft de rijke naamloos? De Heere Jezus kende Lazarus. Zijn naam stond daarom in de hemel opgeschreven. Op aarde was hij arm, maar in Gods ogen was hij schatrijk!

 

Het dagboek bestellen?