Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Vrijdag 6 juli

De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf: O God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen (…) De tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig.
Lukas 18 vers 11 en 13

Een schijnheilige farizeeër ging naar de tempel, net als een tollenaar. Dat was een soort NSB’er. Hij inde de belastingen voor de Romeinse bezetter.

De trotse farizeeër bad bij zichzelf. Ja, hoogmoed scheidt van anderen af. God wilde zijn lofrede op zichzelf niet eens horen.

De tollenaar deed heel anders. Hij was zich van zijn slechtheid bewust. Hij waagde het zelfs niet God onder ogen te komen. Zijn slechte geweten kwelde hem. Hem bleef maar één ding over: hopen op genade. Hij smeekte God om barmhartigheid: ‘O God, wees mij genadig!’

Hoe vervolgt de Heilige Schrift? “Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden”.

God is niet veranderd. Ook vandaag geldt: wie zich voor Hem buigt, ontvangt genade en gerechtigheid!

 

Het dagboek bestellen?