Gepost op

Het Rechte Spoor – 2018 | Donderdag 22 maart

Zelfs vindt de mus een huis en de zwaluw haar nest, waarin zij haar jongen legt: bij Uw altaren, HEERE van de legermachten, mijn Koning en mijn God. Welzalig zijn zij die in Uw huis wonen, zij loven U voortdurend.
Psalm 84 vers 4 en 5

Een bezorger van de broodjesketen Jimmy John’s kwam voor een spoorwegovergang te staan. Een enorm lange goederentrein reed voorbij, met een slakkengang. Dat duurde hem te lang. Met fiets en al sprong hij op een lage, lege wagon. Aan de andere kant wipte hij er weer vanaf.

Het was níet zo dat hij onder druk stond om broodjes te bezorgen. Hij wilde gewoon graag zo snel mogelijk naar huis.

God biedt ons een woning aan in Zijn eigen huis, in Zijn tempel. Als onze eeuwige woonplaats dáár is, is het goed te begrijpen dat we daarnaar verlangen. Dat we het eigenlijk niet kunnen afwachten dat we ernaartoe mogen gaan.

De hemel is Gods heilige tempel. Daar staan – in figuurlijke zin – de altaren waarbij Hij wordt gediend. Als we in de hemel zijn, zullen we God voortdurend loven en de Heere Jezus danken en prijzen. Zo’n toekomst heeft elk die Jezus Christus als zijn persoonlijke Zaligmaker heeft aangenomen.

 

Het dagboek bestellen?