Gepost op

Het Rechte Spoor – 2017 | Vrijdag 10 november

Toen zei God tegen Bileam: U mag niet met hen meegaan, u mag dat volk niet vervloeken, want het is gezegend.
Numeri 22 vers 12

Bileam werd door de heidense koning Balak te hulp geroepen om het volk Israël te vervloeken. In die nacht zei God hem overduidelijk dat Hij dat niet wilde en duldde. Maar Bileam had het graag gewild, want het leverde goud op. Hij vroeg later nog een keer of hij toch mocht gaan – terwijl hij Gods wil kende. God laat hem dan gaan, maar niet zonder hem tegen te komen.

Wij zijn natuurlijk niet zo slecht als die valse profeet met z’n bezweringen en vervloekingen! Maar doen we niet soms precies zo?

Gebeurt het niet dat we best wel weten wat Gods wil is, maar dan toch blijven ‘zeuren’, omdat het ons niet uitkomt? Dat is ernstig. We proberen onze wil door te drukken, terwijl God het anders wil.

Soms laat God ons dan onze weg gaan. Maar het zal nooit ofte nimmer tot onze zegen zijn. Wat ons het grote geluk lijkt, zal Hij niet kunnen zegenen. Maar aan Gods zegen is alles gelegen!

We zeggen misschien wel snel dat we volgens de Bijbel en Gods wil wensen te leven, maar laten we dat dan ook werkelijk doen – tot onze grote zegen!

 

Het dagboek bestellen?